Het raket-en-veer-effect bij brandstofprijzen
Stijgen brandstofprijzen sneller dan ze dalen? We hebben de Nederlandse pompprijzen van 2006-2026 (bron: CBS) maand-op-maand vergeleken. Hieronder de cijfers per brandstof.
De cijfers
Per brandstof tellen we hoe vaak de gemiddelde maandprijs steeg, daalde of stabiel bleef. Voor stijgers en dalers berekenen we vervolgens de gemiddelde sprong. Hoe de maandprijzen zelf tot stand komen, staat in onze methodologie.
| Brandstof | Stijgingen | Dalingen | Stabiel | Gem. stijging | Gem. daling | Asymmetrie |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Benzine (Euro 95) | 132 | 94 | 23 | 4,1 cent | 4,6 cent | -0,5 cent |
| Diesel | 132 | 92 | 25 | 4,3 cent | 4,5 cent | -0,3 cent |
| LPG | 107 | 102 | 40 | 2,8 cent | 2,6 cent | +0,3 cent |
Magnitude-asymmetrie = gemiddelde stijging minus gemiddelde daling. Positief betekent: stijgingen zijn gemiddeld groter dan dalingen — het ‘raket-en-veer-effect’.
Wat betekent dit?
In de Nederlandse maandcijfers voor benzine zien we 132 stijgmaanden tegenover 94 daalmaanden — 1,40× zo veel stijgers als dalers. Dat is het frequentie-deel van het raket-en-veer-effect.
Per stijgmaand was de prijs gemiddeld 4,1 cent omhoog, per daalmaand 4,6 cent omlaag — interessant genoeg waren losse stijgsprongen iets kleiner dan losse daalsprongen, maar er waren er meer van.
De som van alle stijg- en daalbewegingen (groter dan een halve cent) komt voor benzine over de periode 2006-2026 uit op 107,4 cent per liter omhoog. Dat ligt dicht bij het verschil tussen begin en eind van de periode — kleine bewegingen onder de drempel zijn buiten beschouwing gelaten. Inflatie en accijns-aanpassingen zitten in dit getal verwerkt.
Het frequentie-patroon dat we hierboven zien — meer stijgmaanden dan daalmaanden — wordt al decennia beschreven in de internationale literatuur over brandstofmarkten. De gangbare verklaringen: pompstations passen prijzen sneller aan bij gestegen inkoopkosten dan bij gedaalde inkoopkosten, en concurrentiedruk werkt asymmetrisch (een dure pomp die niet zakt verliest minder klanten dan een goedkope pomp die niet stijgt). Of het magnitude-deel van het effect — stijgsprongen die per stuk groter zijn dan daalsprongen — ook in onze Nederlandse maandcijfers zit, kunnen we hier niet bevestigen: de losse magnitudes liggen voor benzine en diesel zelfs iets in het tegenovergestelde patroon. Voor uitsluitsel daarover zijn dagdata nodig.
Belangrijke caveat: granulariteit
Deze analyse gebruikt maandgemiddelden. Prijsschokken die zich binnen één maand voltrekken — bijvoorbeeld de week na een OPEC-besluit — zijn dus afgevlakt. De internationale literatuur kijkt vaak naar dag- of weekdata, waar de asymmetrie scherper te zien is.
We werken aan een uitbreiding van deze pagina met dagdata zodra ons archief van per-station prijzen daar fijn genoeg voor is. Tot dan houdt deze maandanalyse de richting goed vast: stijgen prijzen vaker dan ze dalen, en zo ja, met hoeveel.
Methodologie
- Bron
- CBS StatLine dataset 80416ned, gewogen gemiddelde pompprijs Nederland
- Periode
- 2006-2026
- Granulariteit
- maandgemiddelde (over alle dagen waarop CBS waarnemingen heeft)
- Stabiel-drempel
- verschil < 0,5 cent per liter telt als stabiel (filtert ruis)
- Open source
- berekening in src/lib/rocket-and-feather.ts in onze repo